Ieder jaar rond deze tijd verschijnt het rapport “Kinderen in tel”. Zeeland blijkt de beste provincie voor kinderen te zijn. Maar voor het vijfde jaar op rij staat Vlissingen ver achteraan als het aankomt op kindvriendelijkheid. Ondanks een aangescherpte nota integraal jeugdbeleid lukt het nog niet erg om hogerop de ladder te komen. Voor twee ijkpunten moeten we een uitzondering maken. Op het gebied van voortijdige schoolverlaters komen we er duidelijk beter af, sinds er een uitbreiding plaats vond van het aantal leerplichtambtenaren. Dat was een heel nadrukkelijke wens van GroenLinks. Ook op het gebied van kinderen in uitkeringsgezinnen is er duidelijk sprake van verbetering. Op dat punt hoort Vlissingen bij de tien snelste stijgers, landelijk gezien.
De uitkomsten van het rapport zijn voldoende reden om extra aandacht te blijven geven aan de jeugd.
In de verkiezingsdebatten werd ten aanzien van een deel van de jeugd nogal eens fors over handhaving gesproken. Dat noemen wij: dweilen met de kraan open. Scholing en werk blijken voor sommige jongeren struikelblokken te zijn. Daarop moet ingezet worden. Discriminatie op achternaam moet bestreden worden.
GroenLinks vindt ook dat de jeugd zelf meer gehoord moet worden. GroenLinks denkt daarbij aan een jeugdraad, zoals die in veel plaatsen functioneert. Er kan best wat meer ontmoetingsruimte voor jongeren gemaakt worden. Dat kunnen ook bestaande activiteitenruimten zijn, die nu maar al te vaak leeg staan, of waar geen begeleiding bij is.
Waarom komt er op de Spuikom niet een prachtige skatebaan, die aan internationale standaarden voldoet? Dan kunnen daar grote wedstrijden naar toe gehaald worden.
Een jeugdbeleid, waarin de jongeren zelf inspraak hebben is een van de tien prioriteiten van GroenLinks Vlissingen.
Zie: www.kinderenintel.nl